De Roos van Leary

De Roos van Leary  

Welk gedrag door welk gedrag wordt opgeroepen?

 

De grondlegger: Timothy Leary

De Roos van Leary, ontwikkeld in de jaren 60 door onder andere Timothy Leary, is een communicatiemodel dat is voortgekomen uit een psychologisch onderzoek naar de werking van gedrag. De Roos van Leary gaat ervan uit dat gedrag, gedrag oproept. Met andere woorden; de Roos gaat uit van actie en reactie, oorzaak en gevolg, zenden en ontvangen. De grote verdienste van de Roos van Leary ligt in het feit dat de Roos laat zien;

  • welk gedrag door welk gedrag wordt opgeroepen en;
  • hoe gedrag te beïnvloeden is.

Een groot misverstand over de Roos van Leary is dat sommigen stellen dat de Roos van Leary mensen wil typeren ofwel wil karakteriseren. Dit is niet het geval.

De Roos van Leary wil namelijk gedrag typeren en de werking van dat gedrag op anderen verduidelijken. Het gaat bij de Roos van Leary dus over de interactie tussen mensen; niet over hoe mensen qua karakter zijn. Daarbij stelt de Roos van Leary dat ieder mens elke gedraging uit de roos in zich heeft en op gezette tijden (binnen specifieke situaties) inzet. Dat ieder mens voorkeurgedragingen heeft is evident. De Roos van Leary is echter geen methode om mensen (en diens menstype/karakter) in hokjes te plaatsen.

 

De basis: het assenstelsel

Wij als mensen hebben in relaties met andere mensen twee basisbehoeften;

  • We willen invloed hebben op anderen en hun omgeving;
  • We willen geaccepteerd worden.

Als het goed is, herken je deze behoeften ook bij jezelf. Je wilt graag dat andere mensen luisteren naar wat jij te zeggen hebt en dat ze er ook wat mee doen: je wilt effect hebben. En daarnaast wil je er ook bijhoren, het gevoel hebben dat je er mag zijn. Vanuit deze basisbehoeften is het assenstelsel van de Roos van Leary opgebouwd:

De verticale as – die van boven en onder – geeft de mate van invloed aan. Boven heb je heel veel invloed, onder niet tot nauwelijks. De horizontale as – die van tegen en samen – geeft de mate van acceptatie aan: als je aan de samenkant zit, is er veel acceptatie. Als gedrag links aan de tegenkant zit, is er weinig acceptatie.

Zo  krijg je 4 soorten gedragingen;

  • Bovengedrag : gericht op veel invloed uitoefenen
  • Ondergedrag : niet of nauwelijks gericht op invloed uitoefenen (volgend)
  • Samengedrag : gericht op acceptatie
  • Tegengedrag : gericht op andere belangen dan acceptatie (meestal resultaat)
 
Actie-reactie. De spelregels.

 Gedrag roept gedrag op. Het staat nooit helemaal los van elkaar. Jij wordt boos omdat een ander stom doet, je huilt als een ander je pijn doet, je helpt als iemand om hulp vraagt. Enzovoort. Dat is actie-reactie. En hoewel dat automatisch lijkt te gebeuren, liggen daar toch spelregels aan ten grondslag. Spelregels die wij onbewust volgen.

En die spelregels zijn als volgt;

  • Bovengedrag roept ondergedrag op

(leidend roept volgend op) en (aanvallend roept verdedigend op)

  • Ondergedrag roept bovengedrag op

(volgend roept leidend op) en (verdedigend roept aanvallend op)

  • Samengedrag roept samengedrag op
  • Tegengedrag roept tegengedrag op

In het schema van de Roos van Leary ziet dat er zo uit:

We hebben het over gedrag: dat wat mensen doen. Dat is dus niet wat mensen zijn, dat is een belangrijk onderscheid. Ook al zijn er mensen die veel van een bepaald soort gedrag vertonen, dan zíjn ze nog steeds niet dat gedrag. Je bént niet stom, je kunt wel stomme dingen doen.

En dat is mooi, want je identiteit, dat wat je bent, dat kun je eigenlijk niet veranderen. Je gedrag, dat wat je doet, kun je wél veranderen. Niet gemakkelijk overigens, maar ja, wie zegt dat het leven gemakkelijk is…?

 

Laten we eens kijken of we die actie-reactie-patronen uit onderstaande voorbeelden kunnen halen. Lees ze rustig door, en bekijk om welke spelregel het gaat…

Bijvoorbeeld

  1. Je zit rustig te werken; je collega zit bij jou in het kantoor. In een keer zegt hij/zij: “We hebben geen plakband meer. Heb je geen nieuwe besteld!?”
    Jij reageert geprikkeld: “Nou moe, ik kan niet aan alles denken! Doe het anders zelf!” en blijft mokkend zitten.
  2. Je werkt samen met een collega aan een project. Hij zit met zijn handen in het haar en roept: “Ik ga dit echt nooit afkrijgen! Help!”.
    Jij loopt direct naar hem toe en zegt:”Kom op joh, je kunt het wel! Waar zit het probleem?”
  3. Je collegaatje zit te zuchten en te steunen: “Ik heb nergens zin in. Wat een rotweer. En het is nog maandag ook. En dan ook nog zo’n rotklus…”. En zo verder.
    Jij raakt geïrriteerd en zegt op een gegeven moment: “Hee, als je niks leuks te zeggen hebt, dan ga je maar ergens anders zitten zeuren. Ik heb er knalgenoeg van!”
  4. Een collega belt je op en stelt voor: “Ga je mee, we gaan lekker samen lunchen!”.
    Jij reageert enthousiast: “Ja hartstikke leuk, geef me een half uurtje en dan ben ik zover”.

 

Simpele voorbeelden die duidelijk maken hoe het werkt. Zie jij de spelregels terug in deze voorbeelden?

Dit is de oplossing;

Voorbeeld 1:    Aanval           →    Verdediging

Voorbeeld 2:    Volgend         →    Leidend

Voorbeeld 3:    Verdedigend  →    Aanvallend

Voorbeeld 4:    Leidend         →    Volgend

Uit deze voorbeelden blijkt al, dat we in het dagelijks leven veelal automatisch reageren volgens het principe van de Roos van Leary. We hoeven er niet bij na te denken en er ook niets aan te doen. Alleen… soms zit je in een patroon waar je niet tevreden over bent. Wat doe je dan?

 

En als je het nou anders wilt?

‘So far so good’. Je zou kunnen denken, dat als het allemaal automatisch gaat, je er toch niets aan kunt veranderen. Dat is gelukkig niet het geval!
Want jij bent tenslotte een actieve deelnemer in dit communicatiespel, niet een willoos slachtoffer!

Neem nou het voorbeeld van je hulpeloze collega, voorbeeld 2. Jij bent bijgesprongen, maar hebt er eigenlijk de balen van dat hij elke keer zijn koppie laat hangen. Want dit is niet de eerste keer! En dus mopper je in stilte op die slome collega, die telkens op jou leunt en niet zelfstandig genoeg is. Tja… daar verandert niet veel van!

De crux zit hem in het volgende: als jij wilt dat een ander zich anders gedraagt, zul je je eigen gedrag moeten veranderen.

Aj! Dat zijn we niet gewend, het is makkelijker en prettiger te mopperen op die ander. Maar nogmaals: daarmee houd je zelf de situatie in stand.

Stel – in hetzelfde voorbeeld – dat jij helemaal niet zou reageren. Dus: Je werkt samen met een collega aan een project. Hij zit met zijn handen in het haar en roept: “Ik ga dit echt nooit afkrijgen! Help!”…

En jij werkt rustig en gestaag door aan je eigen werk. Je reageert totaal niet. Of je loopt even weg om koffie te halen… Wat zou er dan gebeuren?

Grote kans dat hij het nogmaals probeert, maar als jij niet blijft reageren, zal hij andere oplossingen gaan zoeken. Of hij wordt boos op jou, of hij zoekt zelf een oplossing, of hij probeert van anderen hulp te krijgen. Hoe dan ook: het patroon is doorbroken!

 

Cruciaal

Cruciaal in het hele verhaal is: als het gedrag van een ander je niet bevalt, dan zul jij moeten veranderen. Dat vergt een hele andere manier van denken, want wij zijn geneigd om in schuld te denken: “ja maar, die ander doet toch stom! Het is tenslotte zijn of haar schuld!”

Daar kun je al dan niet gelijk in hebben, maar dat levert niks op. Het helpt niet , het is niet effectief. Sterker nog: het houdt in stand wat je niet bevalt.

Dus zinvoller is het, om te kijken naar wat werkt.

  • Als je wilt dat de ander leidend gedrag gaat vertonen, dan zul je je dus zelf volgend op moeten stellen; bv. Als je wilt dat een ander eens met ideeën komt of zelf zijn problemen oplost, dan houd je je eigen ideeën voor je net zolang tot de ander met ideeën komt!
  • Wil je dat de ander eens wat vaker volgend gedrag laat zien, dan zul je zelf meer de leiding op je moeten nemen. Loop je bijv. altijd achter je collega aan, dan kun je eens wat meer initiatief naar je toetrekken door bijvoorbeeld te zeggen: “Ik wil graag met je lunchen. Laten we deze keer in het eetcafé aan de overkant gaan zitten.” en maar eens zien wat dat oplevert!
  • Heb je genoeg van het aanvallend gedrag van de ander, dan kun je zelf ophouden je te verdedigen. Wat zou je collega doen, als jij met een glimlach zou zeggen: “Waar zouden we nu plakband vandaan kunnen toveren?” Misschien sputtert hij/zij nog wel even, maar dat is moeilijk vol te houden in zo’n geval!
  • Wil je tenslotte graag dat de ander niet altijd in de verdediging zit, zorg dan dat jij niet gaat aanvallen. Zeker weten dat je collega snel uit is gemopperd, als jij zegt: “Jeetje, zeg. Je voelt je écht niet lekker. Wat is er allemaal aan de hand, kan ik je ergens mee helpen?”

Het werkt gegarandeerd!

Soms moet je het wel even volhouden, want de ander beweegt niet altijd meteen mee. Maar bedenk dan weer: kennelijk heb ik mijn gedrag nog niet duidelijk genoeg veranderd, want het gedrag van de ander verandert nog niet. Dus dan doe je het nog een keer, of nog duidelijker.

 

Vastgelopen patronen

Soms zit je samen vast in een patroon. Met name in gezinnen en relaties zie je dat. Zussen die eindeloos op elkaar katten. Partners die elkaar constant vliegen af zitten te vangen. Moeders die alles aan de kant zetten voor hun gezin…

Dan heb je 2 stappen nodig: als eerste een stap om het ingesleten patroon te doorbreken. Als tweede kun je kiezen in wat voor patroon je wel wilt zitten.

Wat doe je dan?

Stap 1: Je doorbreekt het patroon, door naast de ander in de Roos van Leary te gaan zitten;

 

Is de ander leidend, dan reageer je aanvallend
“Zeg, ik heb niet altijd zin om te doen wat jij zegt. Ik ga lekker zwemmen vandaag!”

Is de ander volgend, dan reageer je verdedigend
“Ik weet het ook allemaal niet, het is me veel te moeilijk. Ik heb al moeite genoeg mijn eigen werk te bevatten!”

Is de ander aanvallend, dan reageer je leidend
“Wat is er aan de hand? Kunnen we het erover hebben wat je dwarszit, dat je zo heftig reageert?”

Is de ander verdedigend, dan reageer je volgend
“Ja, het is ook vreselijk ellendig allemaal. Echt afschuwelijk!”

En je zult merken aan de reactie van de ander dat je niet meer in het vastgesleten patroon zit. Deel 1 bereikt!

 

 
 
Stap 2: Je kiest in welk patroon je wel wilt zitten. En daar pas je je gedrag op aan.

Stap 1 is nodig om het patroon te doorbreken, maar je hoeft er niet te lang in te blijven zitten. Stap 2 zorgt ervoor, dat je vervolgens effectief en/of prettig met elkaar kunt communiceren. Doel bereikt!

 

Tot slot

Een heel verhaal, nu gaat het erom het in de praktijk te brengen! Ga ermee oefenen: je zult merken dat je het soms al helemaal doet volgens het model. Je hoeft het alleen nog maar bewuster in te gaan zetten. En lukt het niet, of lukt het niet in één keer: niks aan de hand. Er komt altijd een volgend interactiemoment, waarop je het weer kunt proberen. Durf ermee te spelen en je zult zien: het werkt!

Meer weten?

Neem contact op met Guido!

Het afgelopen half jaar een zeer leerzame masterclass effectief leiderschap bij Guido gevolgd. De materie wordt door Guido toegepast op de praktijk! Waardoor het ook goed toepasbaar en herkenbaar is.

Mariska van Lith

Bedrijfsleider, Café-Zalen De Lachende Vis